Opgroeien in armoede

Wat betekent armoede voor kinderen, hoe beleven ze het en hoe gaan ze ermee om? Welk risico vormen armoede en sociaaleconomische status (SES) voor het opgroeien van kinderen? Wat zijn de gevolgen van armoede voor de ontwikkeling van kinderen en de hechting met hun ouders? En welk verband is er tussen armoede en kindermishandeling, schoolachterstand, schooluitval, jeugdcriminaliteit en gezondheid?

Arme kinderen op allerlei gebieden slechter af

Kinderen uit gezinnen onder de lage inkomensgrens zijn vaak slecht af (Roest 2011). Ze zijn vaak geen lid van een (sport)vereniging en gaan minder vaak op vakantie en maken minder uitstapjes. Thuis is er weinig geld voor nieuwe kleren, internet of iedere dag een warme maaltijd.
Deze kinderen geven aan dagelijks met geldgebrek geconfronteerd te worden en dat ze zich zorgen maken over hun toekomst en de situatie thuis.
https://www.cbs.nl/nl/nieuws/2016/19/meer-dan-400-duizend-kinderen-met-risico-op-armoede

Armoede nadelig voor welbevinden kinderen

Hoe langer een gezin in armoede leeft, hoe vaker bij deze kinderen de gevoelens van angst, afhankelijkheid en ongelukkig zijn toenemen (Vanhee 2007). Jonge kinderen uit eenoudergezinnen, gezinnen van niet-westerse herkomst en gezinnen met een laag inkomen hebben de meeste kans op nadelige op hun welbevinden gevolgen vanwege deze armoede (Stevens e.a. 2009).

http://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/NP6621309DigitaleBrochureHandreikingARMOEDE.pdf

Kinderen verbergen armoede

Vaak kunnen de ouders in armoede geen nieuwe spullen voor hun kinderen kopen. Hierbij moet ook gedacht worden aan vakanties, een (sport)club lidmaatschap, het vieren van een verjaardag of het meedoen aan schoolexcursies.
Kinderen worden binnen en buiten het gezin met hun armoede geconfronteerd. Dat is niet fijn. Kinderen vinden het niet prettig. Sommige kinderen hebben een bijbaantje of proberen te sparen, maar vaker proberen kinderen hun omstandigheden te verbergen voor anderen.
Kinderen in armoede praten zo min mogelijk over geld en laten vaak aan hun ouders niet merken dat ze iets willen dat geld kost. Andere kinderen  in armoede voelen schaamte, jaloezie of uitsluiting: hun leeftijdgenoten hebben en kunnen  meer doen. Verdriet of woede kan ook een uiting zijn bij kinderen die met armoede geconfronteerd worden. Sommige kinderen nemen zelfs de zorgen van hun ouders over. Al deze vormen van omgaan met armoede kunnen leiden tot psychische problemen bij kinderen in armoede.
https://www.dekinderombudsman.nl/ul/cmsfck-uploaded/NP6621309DigitaleBrochureHandreikingARMOEDE.pdf

Samenhang armoede en andere problemen

Armoede hoeft niet automatisch tot problemen in de ontwikkeling van kinderen te leiden, zeker niet als de armoede tijdelijk is (Nederland e.a. 2007). Soms is geldgebrek alleen een zuiver financieel probleem, kunnen ouders redelijk goed met de situatie omgaan, vertonen ouders veel veerkracht en zijn er weinig negatieve gevolgen voor de kinderen (Katz e.a. 2007; Vanhee 2007). Maar armoede bij ouders gaat vaak gepaard met andere problemen, zoals een lage opleiding, geringe vaardigheden of schuldenproblematiek en (financiële) stress bij ouders. Hiervan hebben kinderen veel last (Guiaux e.a. 2011; Roest e.a. 2010).
Als er drie of meer andere risicofactoren in de directe omgeving van het kind spelen, zoals lage opleiding, gebrek aan toegang tot voorzieningen, psychische problemen, stress of huiselijk geweld, dan is de kans dat op problemen meer dan 30 procent (Katz e.a. 2007). Dit verband is onder andere aangetoond voor intelligentieontwikkeling, psychische en gedragsproblemen, delinquentie en kindermishandeling (Hermanns 2005). In arme groepen komen zulke risicofactoren vaak sterk geconcentreerd samen (Vanhee 2007). Een meta-analyse toont aan dat kinderen die te maken hebben met een opeenstapeling van sociaaleconomische risicofactoren, vaker een gedesorganiseerde gehechtheidsrelatie ontwikkelen, met als gevolg aanzienlijke problemen in hun ontwikkeling (Cyr e.a. 2010).

Bronnen

  • Stevens, J., E. Pommer, H. Kempen en E. van Zeijl (2009), ‘De jeugd een zorg. Ramings- en verdeelmodel jeugdzorg 2007’. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Vanhee, L. (2007), ‘Weerbaar en broos: mensen in armoede over ouderschap: een verkennende kwalitatieve studie in psychologisch perspectief’. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven
  • Roest, A. (2011). Veranderingen in de maatschappelijke deelname van kinderen, 2008-2010. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Van der Hoek, T. (2005), ‘Through children’s eyes, an initial study of children’s personal experiences and coping strategies growing up poor in an affluent Netherlands’. Florence: Unicef Innocenti Working paper No. 2005-05.
  • Guiaux, M., A. Roest en J. Iedema (2011),’Voorbestemd tot achterstand? Armoede en sociale uitsluiting in de kindertijd en 25 jaar later’. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Katz, I., J. Corlyon, V. La Place en S. Hunter (2007), ‘The relationship between parenting and poverty’. York: Policy Research Bureau.